cover 't Laar
't Laar

Observatie en oriëntatie

Professionelen

Missie en Modules  :
 

 ’t Laar onderschrijft de missie en waarden van de Patio vzw en stelt zich vanuit haar specifieke opdracht als OOOC volgend doel :
‘SAMEN OP ZOEK GAAN NAAR EEN HAALBAAR PLAN VOOR DE TOEKOMST’

Samen : ’t Laar wil een relatie van samenwerken aangaan met de verschillende betrokken partijen. De inbreng en participatie van de jongere en zijn opvoedingsfiguren zijn cruciaal in de zoektocht naar perspectieven voor de toekomst. We proberen doorheen het zoekproces de verbinding tussen de jongere en opvoedingsfiguren en ruimere context te verhogen. We staan als Laar voor een nauwe multidisciplinaire teamwerking. Het zoekproces verloopt multi-informant en multi-methodisch. We staan voor een gedeelde zorg en verantwoordelijkheid met de jongere, het ruime netwerk (gezin, familie, school, werk, vrije tijd, …), de aanmelder en eventueel externe experten.

op zoek gaan naar : de module diagnostiek impliceert een multidisciplinair, gefaseerd, handelingsgericht diagnostisch proces. De problemen, beperkingen en sterktes worden in kaart gebracht.

een haalbaar plan : ’t Laar wil doorheen het zoekproces de (draag)kracht van de jongere en zijn opvoedingsfiguren verhogen en nieuwe inzichten laten groeien. Het plan omvat een integratief toekomstgericht beeld met indien nodig, adviezen inzake vervolghulpverlening (meest gewenst, efficiënt en minst ingrijpend = subsidiariteit).

voor de toekomst : ’t Laar wil samen met de betrokkenen komen tot nieuwe toekomstperspectieven, een groeiproces op gang brengen.
 
Aanmelding :
 
Een crisisopname kan via het Crisismeldpunt West-Vlaanderen (050/337740) 
 
Voor een ambulante of residentiële oriëntatiebegeleiding wordt de wachtlijst centraal beheerd via INSISTO.
Wanneer er perspectief is op een opstart van de begeleiding wordt de contactpersoon/aanmelder  door onze afdelingsdirecteur gecontacteerd. Er wordt telefonisch bij elkaar afgetoetst of een begeleiding door ons centrum wenselijk is en welke module aangewezen is (diagnostiek, verblijf of beiden).   
Contactpersoon/aanmelder en cliënt bespreken de modaliteiten van een opname.  
Bij een residentiële begeleiding (module verblijf) wordt ongeveer een week voor de opname een kennismakingsgesprek gepland met de jongere , zijn ouders en de contactpersoon/aanmerlder.  
 
Voorwaarden of criteria voor hulpverlening :

Het laar wil zich richten naar jongeren in een problematische opvoedingssituatie. Men heeft deskundigheid in het werken met de interacties tussen jongeren en hun gezinnen. Het gaat aldus over situaties waarbij de jongere en de opvoedingsfiguren centraal staan, niet waarbij een intra-persoonlijke problematiek van de jongere bij de aanmelding centraal staat. Het kunnen werken met de context (niet alleen thuis maar ook school/werk/ vrijetijdsbesteding) is primordiaal en het Laar wil zich dan ook voornamelijk richten op de gerechtelijke arrondissementen Brugge en Veurne.
Het laar kan geen geschikt aanbod zijn voor jongeren bij wie het functioneren en handelen volledig getekend wordt door het gebruik van middelen. Wij menen dat de gegevens die voortvloeien uit observaties tijdens een dergelijke periode immers niet zinvol zijn omdat zij volledig gehypothekeerd worden door het druggebruik. We kunnen ons niet profileren als een passend aanbod voor jongeren die omwille van middelengebruik of een ernstige intrapsychische problematiek een bedreiging vormen voor zichzelf, de andere jongeren of de medewerkers. Het is niet realiseerbaar jongeren op te nemen die omwille van een lichamelijke beperking of een dermate zwak functioneren (mentaal, fysisch, sociaal) het functioneren van de werking zwaar belasten of onmogelijk maken.
Het laar kan geen aanbod betekenen indien elders reeds een screening plaatsvond die resulteerde in een welbepaald advies inzake doorverwijzing naar een therapeutische setting (bv. residentiële drughulpverlening of jeugdpsychiatrie), en indien er geen nieuwe elementen zijn die deze verwijzing in vraag stellen. Tenslotte willen we nog benadrukken dat taal een belangrijk werkinstrument is in onze begeleiding. De jongeren die ons worden toevertrouwd dienen het Nederlands voldoende machtig te zijn zodat zij zich in de leefgroep kunnen handhaven en zodat de gevraagde diagnostiek voldoende betrouwbaar kan gevoerd worden. Gelet op het boven beschreven belang van het werken met de context verwachten we dat ook de context voldoende notie heeft van het Nederlands zodat een minimum aan wederzijdse communicatie haalbaar is.
Grenzen van de hulpverlening
Indien de jongere en zijn gezin niet meer gemotiveerd zijn voor een verderzetting van de begeleiding, kan in samenspraak met de contactpersoon/aanmelder het verdere verloop van de begeleiding in vraag gesteld worden. Agressie of delinquent gedrag kan leiden tot een vervroegde afronding van de begeleiding. 
Indien tijdens de begeleiding blijkt dat andere of meer specifiek gespecialiseerde diensten aangewezen zijn, dan verbindt 't Laar zich er toe om in samenspraak met jongere, zijn gezin en contactpersoon/aanmelder door te verwijzen.